
Olie: achter de coulissen (2)
Deze week, meer precies op woensdag 21 november, ging de olieprijs in de loop van de dag boven 99 dollar per vat om dan net iets lager te sluiten. Gisteren vrijdag 23 november werd wat gas teruggenomen tot een slotstand van 98,18 dollar. Is dit een aanloopje? De grens van 100 dollar blijft wenken en we blijven erbij, dat we vóór Nieuwjaar boven 100$ zullen noteren.
Zoals op deze plaats al verschillende malen gezegd, wordt de olieprijs gestuurd door diverse factoren, meestal van geopolitieke aard. In ons artikel Olie: achter de coulissen (1)
hebben we de wereldvoorraden van ruwe olie uit de doeken gedaan en u erop gewezen dat we een onderscheid moeten maken tussen ‘conventionele’ (lees: met klassieke middelen te ontginnen) olie en niet-conventionele olie. Van deze laatste zijn er drie soorten: het oliezand, schalieolie en zware olie.
De voornaamste producenten van conventionele olie vinden we in het Midden Oosten Saoedi-Arabië op kop. Over dit land en zijn problemen omtrent olie hadden we in bovenvermeld artikel.
Hieronder ziet u nogmaals de tabel terzake:
In dit artikel blijven we nog even in de Midden-Oostensfeer en zullen we het hebben over Iran Irak en Koeweit + de Verenigde Arabische Emiraten. Daarna komt Canada, potentieel de tweede belangrijkste olieleverancier ter wereld.
Iran
Met zijn voorraad van 132 miljard vaten ruwe olie (data 2006) bezit Iran na Saoedi-Arabië de grootste reserve, nl. 12% van het wereldtotaal, van de conventionele olie.
Mohammed Reza Pahlavi (1919−1980) was van 1941 tot 1979 de sjah van Perzië/Iran. Onder zijn bewind was de productie 6 miljard vaten per jaar. Vandaag is die productie teruggevallen tot 1,5 miljard vaten per jaar. Een eenvoudige deling leert ons dat aan dit tempo Iran nog theoretisch voor 88 jaar voort kan met zijn olie. Theoretisch, want zoals we in ons vorig artikel al aanhaalden wordt de exploitatie van olie veel moeilijker wanneer de bodem van de putten in zicht komt.
De toch wel beduidende vermindering van 6 naar 1,5 miljard vaten is toe te schrijven aan de politiek. De VS hebben nl. limieten gesteld op de olie-export uit Iran. Deze limieten hebben alles te maken met de vrees die de VS maar ook de andere Westerse landen hebben voor het nucleaire programma van Iran.
Moest het tot een militaire confrontatie komen, dan draait Iran zijn oliekraan dicht (zeker richting Westen) en dan zal de olieprijs nog maar eens noordwaarts gaan. Alleen een diplomatieke oplossing van het vraagstuk rond Iran kan soelaas brengen in de vorm van meer olie-import richting Westen, waardoor de opwaartse druk op de prijs zal afnemen.
Irak
Met 115 miljard vaten ruwe olie in zijn bodem (situatie 2006) is het woelige Irak nummer drie van de wereld. Nochtans is op het gebied van productie Irak ondermaats, hoewel het ontginnen van de olie er relatief gemakkelijk is: een laag viskeus product, waarvan het oppompen meevalt.
Waarom het met de Iraakse olie-export zo slecht gesteld is? Dit zijn de vier dwarsliggers: corruptie, terrorisme, vandalisme en wanbeleid.
Om u een idee te geven: voor dit jaar was de doelstelling 2,5 miljoen vaten per dag, terwijl de 2 miljoen vaten nooit werden gehaald. Voor volgend jaar stelt de Iraakse regering (met de VS in de coulissen als souffleur) 3 à 4 miljoen vaten voorop.
We zullen zien. Want zolang de politieke problemen niet zijn opgelost, zien we geen verbetering in de productiecapaciteit van het Tweestromenland.
Koeweit + Verenigde Arabische Emiraten
Als we de reserves van Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) optellen, komen we (voortgaande op de laagste cijfers, die van World Oil Magazine) tot 101 + 70 = 181 miljard vaten conventionele olie, ofwel 15% van de wereld (data 2006). Zowel Koeweit als de VAE produceren 0,8 miljard vaten per jaar, waardoor ze theoretisch verder kunnen voor resp. 126 en 88 jaar.
Nu is het zeer de vraag of deze landen het werkelijk nog zo lang zullen uitzingen. Laten we een tweetal feiten bekijken. Ten eerste moeten we weten, dat het gros van Koeweits oliereserve zich bevindt in het Burganveld, het tweede grootste ter wereld na het Saoedi-Arabische Ghawarveld. De exploitatie van Burgan begon in 1938 en het ziet ernaar uit, dat de piekproductie niet meer veraf is, als de piek al niet is overschreden. En het ontginnen van olie wordt exponentieel lastiger als de piek is gepasseerd. Ten tweede is er de onzekerheid over de waarde van de gegevens over de reserves. Uit informatielekken blijkt, dat het goed mogelijk is dat bij voorbeeld in Koeweit de echte reserves ongeveer de helft zijn.
Canada
Als het op conventionele olie aankomt, bengelt Canada achteraan de staart van de top-20. Maar Canada bezit vele miljarden vaten ruwe olie in de vorm van oliezand.
Even dit ter illustratie van de relativiteit van de data als het op oliereserves aankomt. Toen we ons artikel over oliezand publiceerden in januari 2006, maakten officiële bronnen gewag van 265,5 miljard vaten olie, voorradig als oliezand. Meer recente gegevens van even officiële bronnen hebben het nu over 167 miljard vaten, dat is zo maar eventjes 37% minder.
Dit terzijde. Olie winnen uit oliezand is moeilijker dan het lijkt, lees er geciteerd artikel maar op na. Want het gaat om een heel zware, bitumineuze vorm van aardolie, die ten koste van heel veel heet water en machinale bewerkingen te verwerken is tot ‘echte’ ruwe olie, geschikt voor de productie van benzine en andere grondstoffen.
Canada ziet zijn productie conventionele olie de komende jaren afnemen van 1,5 miljoen vaten in 2006 naar minder dan 1 miljoen vaten per dag in 2020. Tegelijkertijd neemt oliezand het voortouw, wat de totale olieproductie zal opkrikken van 2,5 miljoen in 2006 naar 4,9 miljoen in 2020, nagenoeg een verdubbeling.
In 2006 produceerde Canada 1,2 miljard vaten olie. Wanneer dit tempo aangehouden wordt, volstaat de reserve theoretisch voor 149 jaar. Weer drukken we op het theoretische aspect van deze data, want ook hier en zeker wat oliezand betreft wordt de ontginning er gaandeweg niet eenvoudiger op.
Voor olie uit Canada de provincie Alberta een hoofdrol. Hier zit 75% van de conventionele olie in de grond, naast 95% van het oliezand. Bijna alle (99%) Canadese olie wordt geëxporteerd naar de VS. Hierdoor is Canada de voornaamste olieleverancier van de VS en niet het Midden-Oosten, zoals dikwijls wordt beweerd. Trouwens, als de cijfers van de olievoorraden in de vorm van oliezand kloppen, dan komt Canada op de tweede plaats als grootste olieleverancier ter wereld.
We staan nog even stil bij oliezand. Deze grondstof is eigenlijk al eeuwen gekend en werd meestal teerzand genoemd. In de meanders van vooral Canadese rivieren vond men aanslibbingen van teerzand, een zwarte naar aardolie ruikende massa. Olie afscheiden uit teerzand leek onbegonnen werk en zeker economisch niet haalbaar. Maar de immer toenemende vraag naar olie en de hedendaagse technologie maken het mogelijk, het zand te scheiden van de olie. Beter gezegd: het zand te scheiden van het bitumen. Want teer- of oliezand bevat geen aardolie in de vorm die we kennen, maar wel als een zware, kleverige brij. Er zijn vele bewerkingen nodig, tot en met het toevoegen van solventen, om deze soort olie door een pijplijn te kunnen pompen.
Desondanks al deze technische beperkingen kan men olie uit oliezand winnen aan
ca 40 USD per vat. Met olieprijzen boven 80 USD en wellicht binnenkort boven 100 USD is de exploitatie van oliezand rendabel. Tot spijt van wie het benijdt en ten nadele van het milieu. Want hierover is het laatste woord nog niet gezegd.
In een volgend artikel blijven we op Amerikaanse bodem en gaan we het hebben over de oliewinning in Mexico en de VS, waarbij we een andere soort onconventionele olie zullen belichten.
Jan Van Besauw
Publicist voor US Markets
Ondergetekende is een gepensioneerde marketing manager. Hij schrijft voor US Markets o.m. columns, nieuwsberichten en artikels over uiteenlopende onderwerpen.